Tips voor onhandige kinderen

Kinderen met DCD worden vaak als “onhandig” omschreven. DCD staat voor Developmental Coordination Disorder, in het Nederlands vertaald coördinatie- ontwikkelingsstoornis. Kinderen met DCD hebben een achterstand in de ontwikkeling van motorische vaardigheden en moeite met het coördineren van de bewegingen, waardoor ze alledaagse taken minder makkelijk uit kunnen voeren dan leeftijdsgenoten.

Ken je dat?
Dit zijn bijvoorbeeld kinderen die achter zich kijken tijdens het fietsen en dan het stuur meedraaien. Kinderen die naar beneden komen met het T-shirt binnenstebuiten en achtertsevoren. Kinderen die niet goed de boter op hun boterham kunnen smeren. Kinderen die maar niet leren om hun schoenen te strikken. Knutselen is een ramp omdat ze te hard in de tube lijm knijpen. Bij gym en voetbal zijn ze net altijd net te laat…hebben ze net  de bal weer gemist of liggen ze weer eens op de grond…

Meer problemen
Een niet optimaal ontwikkeld zenuwstelsel kan naast problemen met de motoriek ook gevolgen hebben op andere ontwikkelingsgebieden. Zo komt DCD regelmatig voor in combinatie met andere ontwikkelingsstoornissen zoals ADHD, een stoornis in het autistisch spectrum (ASS), leerstoornissen (zoals dyslexie) of een specifieke stoornis in de spraaktaalontwikkeling.

Een chaos in de badkamer
De executieve functies vaak niet goed ontwikkeld. Daardoor tikken ze bijvoorbeeld eindeloos op de tafel of reageren overal net iets te snel en te fel op. Ze kunnen ook problemen hebben met plannen en hier komt tandenpoetsen echt om de hoek kijken:

Zij pakken dan eerst de tube tandpasta en draaien met moeite de dop eraf. Dan zitten ze met die tube en met de dop in de hand zich te bedenken dat ze hun borstel moeten pakken. Dan valt tijdens de borstel pakken dus die dop op de grond en dan knijpen ze al in de tube bij het oprapen van de dop…Er komt veel te veel tandpasta uit en dan wordt de kraan vervolgens te hard erop gezet en vliegt alles er al af. De borstel wordt al aangezet voordat hij in de mond is…Dus het is al een chaos voor überhaupt die borstel in de mond is geweest.

Pindakaas tot aan de oren
Ook kunnen zij problemen hebben met de sensorische intergratie. Met problemen hiermee kan het zijn dat een kind geen idee heeft waar zijn tanden en kiezen precies zitten en geen idee heeft of hij met zijn borstel (al) zijn tanden raakt. Het zijn de kinderen die rondlopen met de pindakaas tot aan hun oren. Met resten in en om de mond. Ze voelen dit niet. Zij nemen hele grote happen en pas als er veel inzit snappen ze dat ze moeten kauwen. Het kan ook zijn dat ze totaal niet tegen korreltjes en stukjes kunnen en dan gaan kokhalzen. Tandenpoetsen kriebelt enorm en fatsoenlijk happen bij ortho is een groot probleem.

Tips tegen kokhalzen:
• Doe de kin naar voren tijdens het poetsen. Dit geeft meer controle.
• Kinderen die zelf poetsen kunnen het beste zittend poetsen.
• Laat hen aan de buitenkant en in de bovenkaak beginnen.
• Geef deze kinderen langer begeleiding bij het poetsen dan tot 10 jaar.
• Poets op vaste tijden op dezelfde locatie.
• Vertel waar je gaat poetsen en wat de volgende stap is.
• Zeg dat hij zelf de baas over zijn tong.
• Geef tijd om tussendoor te stoppen en te slikken.

Mondhygiënist, Logopedist en Fysiotherapeut
Kinderen met DCD hebben meer aandacht nodig van de mondhygiënist. We werken daarnaast graag samen met de logopedist en fysiotherapeut.  Die laatste zit ook bij Amsterdent in het pand. Het is nodig om te zorgen dat de onderkaak goed stabiel wordt zodat de kinderen niet steeds op hun eigen wang en tong bijten. Ook om te zorgen dat voedselresten niet continue in de mond blijven zitten met alle gevolgen van dien. Het kost even wat extra tijd en moeite en levert veel op. Zo kunnen onder andere ook kosten voor de orthodontist beperkt worden op latere leeftijd.